Woensdag 2 februari.
Het is zover. Vandaag vertrekken we (Wil & Willem, Nancy & Nils en Annemieke voor een trip naar Kenia.
Zowel per auto als per trein lukt het niet om op tijd op Schiphol te zijn, maar uiteindelijk gaat het maar om een kwartiertje. Om 8.45 uur zijn we alle vijf paraat en kunnen we inchecken. Na een korte wandeling en een bakje koffie gaan we aan boord. De vlucht vertrekt, conform schema, om 10.25 uur richting Nairobi.
Als we om 20.25 uur landen gaan we via het visum’buro’ (formuliertje en $ 50,--) naar de paspoortcontrole en wachten op onze koffers. We pinnen geld en worden begroet door Tom en Muli, de zwager van Tom, die ons komen ophalen.
De reis van de luchthaven naar het Blue Posts Hotel in Thika duurt zo’n 45 minuten.
We zijn er!
Donderdag 3 februari.
We hebben voor deze dagen een busje met chauffeur gehuurd. Geen overbodige luxe in dit land gezien de wegen en de manier van rijden in Kenia. Charles, onze chauffeur, was om 8.30 uur paraat, maar voor ons was de biologische klok nog niet op Kenia ingesteld dus hebben we eerst maar eens rustig aan een ontbijtje gegeten en een rondje door de tuin gemaakt. De eerste dieren worden gespot: Blue monkeys.
Dan op weg naar de reden van ons bezoek aan Kenia: we gaan naar Jamhuri Children’s Home.
Bij het huis ligt eveneens de Jamhuri School. Op deze primary en secundary school zitten ook meisjes: veelal de zusje van de jongens die in het weeshuis verblijven. Omdat de ouders zijn weggevallen biedt dit de mogelijkheid dat de broertjes en zusjes elkaar nog zien.
Ondanks het feit dat ik al veel foto's van het huis heb gezien valt het tegen. Het is klein, oud en zeker niet geschikt om ruim 60 jongens te huisvesten.
We worden hartelijk ontvangen door Mary, de matron van het huis en zij leidt ons rond.
Er zijn wat vorderingen gemaakt, maar veel is het niet.
De slaapzaal van de jongens is inmiddels geschilderd. Het effect zie je gelijk: het frist enorm op, zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant. Maar klein blijft het: alle jongens slapen in deze ruimte, met zijn tweeën in 1 bed, op een (nieuw) matras. In de ruimte staat ook een aan¬tal boxen waar de jongens hun eigendommen in kunnen bewaren. Er zijn er 60 besteld, maar er zijn er tot nu toe 20 uitgeleverd.
Het toiletgebouw is smerig, niet hygiënisch en stinkt. Het is wat ons betreft duidelijk: dit gebouw opknappen moet de hoogste prioriteit krijgen.
De keuken is voorzien van 2 nieuwe fornuizen. Als wij de ruimte bekijken wordt er druk gekookt: bonen en kool. Hier is nog niet geschilderd: eerst moet het dak worden gerenoveerd, de gaten in de muur moeten worden gedicht, dan kan er worden geschilderd.
Het kantoor van Mary is klein en volgepropt, maar m.i. voldoet het vooralsnog. Ook hier staat nog een aantal boxen voor de jongens en er is telefoon. De enige ‘maar’ is dat er ’s nacht niemand aanwezig is. De jongens zijn dan alleen.
De meeste jongens zijn niet aanwezig tijdens ons eerste bezoek. De meeste zitten op school (1 zelfs op de universiteit). De jongens die er zijn, zijn inmiddels van school af en hangen werkeloos rond op het terrein.
Op naar het gemeentehuis: we worden verwacht bij de Town Clark: heel bijzonder dat Tubmun tijd voor ons heeft vrij gemaakt. En dat laat hij ook goed merken. We worden geïntroduceerd door George: de welfare assistant van de gemeente waar Tom contacten mee heeft. Krijgen een frisje aangeboden en moeten het gastenboek tekenen.
Het maakt indruk dat we 5 man/vrouw sterk op het gemeentehuis verschijnen. |
 |
Ook de Second Counceler, Elisabeth, wil ons de hand schudden. |
|
 |
Nog belangrijker is de District Commissioner en ook hij is bereid ons te vangen.
De DC, Peter Mooke, is goed op de hoogte van ons project en de wensen die er zijn.
Ook nu krijgen we de nodige beloftes en toezeggingen en wordt het gastenboek getekend.
|
We nodigen een ieder uit voor de ceremonie op vrijdag en er wordt flink heen en weer gebeld: men hoort van elkaar wie er uitgenodigd is en het kan niet zo zijn dat er geen afgevaardigde van de een of ander komt.
Als iedereen komt die het toezegt, belooft het een drukke bedoening te worden.
Zelfs op de parkeerplaats van het gemeentehuis schudden we nog een paar handen.
Het is ons duidelijk geworden dat onze ideeën om daadwerkelijk te gaan werken (we wilden gaan schilderen) niet zullen worden geëffectueerd: arbeidskrachten in Kenia zijn zeer goed¬koop en er is bovendien een hoge werkloosheid. Men vindt het dus beter om het door de eigen bevolking te laten uitvoeren. Wel begrijpelijk.
Tijd voor een lunch en op weg naar het dorp om te shoppen. En dan bedoel ik echt shoppen: we kopen 36 schooluniformen. Mary van het weeshuis komt: zij weet op welke school de jongens zitten en welke maat er moet komen. De prijs wordt afgemaakt op 1.620,-- KES per uniform (iets meer dan 16 euro dus). Hiervoor krijgen we per kind 2 shirts, 2 broeken, 2 paar sokken, 1 trui en indien voor het betreffende uniform noodzakelijk een stropdas.
Op naar de plaatselijke schoenhandel: Bata. We maken een deal dat een van de mede¬werkers nog diezelfde avond naar Jamhuri gaat om alle maten van de jongens op te nemen zodat ze zowel schoenen voor onder het uniform als voor na schooltijd, sportschoenen kunnen passen. We zijn een goede klant, dus hij gaat om 18.00 uur. Helaas waren wij niet op de hoogte, maar George, de welfare assistant van de gemeente en Tom waren aanwezig: het schijnt heel indrukwekkend te zijn geweest.
Nog een bezoek deze dag: naar hotel December: daar zit de pers en die worden eveneens voor vrijdagmiddag uitgenodigd. Ook nu volgen er toezeggingen.
Dan langs de kledingzaak om de uniformen op te halen. Wat ze zeggen in een half uurtje in te pakken duurt uiteindelijk zo’n 1,5 uur.
’s Avonds eten we in de Blue Posts. Als ik aankom om alvast wat te drinken tref ik George en nog geen 5 minuten later komen de Town Clark en Alfons (the auditor) langs om ons nog ‘eventjes’ te spreken. Wederom worden er de nodige beloftes gedaan. Uiteindelijk eten ze mee en vertrekken Tubmun en Alfons na tienen. Ook Mary-Ann, een vriendin van George is aangeschoven en als de ‘baas’ weg is komt George los: tempo van de biertjes gaat omhoog, hij mag roken en dat hij gewend is om in het openbaar te spreken is goed te merken.
Vrijdag 4 februari.
De dag van de ceremonie. Via de bank gaan we naar de schoenenwinkel om alle dozen in te laden en nog een goede prijs te maken.
 |
Een paar schoen kost hier tussen de 3 en 10 euro. Sowieso geen geld, maar we nemen veel paar af, dus er moet worden gehandeld. Alle dozen worden gecontroleerd of ze inderdaad gevuld zijn en worden in de auto geladen. |
We rijden even langs Jamhuri om de schoenen af te leveren en te checken of er al voor¬bereidingen zijn getroffen voor de ceremonie. Het zou ons niet moeten verbazen: er is nog niets gebeurd….
's Middags vindt George het belangrijk dat we een draaiboek maken. Achteraf vraag ik me af waar het voor nodig is geweest: iedereen komt toch te laat en bovendien blijkt het in de loop van de middag te zijn veranderd.
Om 16.00 uur zijn we bij het weeshuis en kan het feest beginnen. De jongens zitten allemaal braaf in hun nieuwe uniform te wachten op wat komen gaat. De ceremonie begint te laat: we starten met het maken van foto's en opnames voor de krant en de tv.
Willem en George worden geïnterviewd. Vanaf een bankje kunnen we zien dat Willem op gang is: hij is druk in de weer met gebaren en aan zijn bewegingen te zien is hij volledig in zijn element.
De bobo's zijn er: er is een aantal afgevaardigden van het stadhuis, de Rotary van Thika is vrij compleet aanwezig en er zijn jongens die zijn opgegroeid in het huis, waaronder een pastor die begint met een gebed.
Vervolgens volgen de speeches in de vooraf bepaalde volgorde: de civic wing (een van de civic leaders/councelers), Martin Ngugi (voorzitter van de Rotary). Er wordt aangehaald hoe belangrijk het is dat er een toekomst voor deze jongens is. Terwijl de ceremonie al in volle gang is komt (toch) de Town Clark nog aangereden: ook hij dient nog even te spreken, dat mag niet worden genegeerd.
Als laatste spreker richt Willem zich tot de jongens en geeft aan dat ze de uitdaging aan moeten gaan om te werken aan hun toekomst (Caring, Sharing, Daring) en wenst ze een goede maaltijd: er wordt kip en rijst en fruit toe geserveerd, een feestmaal voor de jongens, helemaal als ze ook een flesje cola krijgen! Een enkele jongen vindt de cola niet lekker, of wellicht is hij niet gewend om cola te drinken?
Willem overhandigt het kleine schilderijtje aan Mary, de moeder van het huis.
De catering is verzorgd door de vrouw van Muli (Mary): zij heeft haar eigen catering¬bedrijfje. De kosten voor de catering bedragen 280.000 Kes. Geen geld als je in het achterhoofd houdt dat er een kleine 70 mensen hebben gegeten.
De ballonnen en de 5 voetballen die we na afloop uitdelen, zijn ook een groot succes.
Al met al een zeer geslaagde middag met hopelijk veel impact bij de gemeente, de Rotary en de pers.
Bovendien hoop ik dat de jongens inzien dat er een toekomst voor ze is!
Voor ons zit de dag er nog niet op: we zijn uitgenodigd bij de besloten vergadering van de rotary. In het busje dus maar weer en op naar de Sports Club.
Alle leden stellen zich voor, ook hier weer de nodige beloftes en een dankwoord voor alles wat ThikaXperience doet.
Als herinnering ontvangen we een prachtig beeldje: een hand met een kindje er in. Het staat symbool voor het feit dat we de kinderen in ons hart dragen.
Een welgevulde dag: druk, veel handen schudden, maar zeer, zeer de moeite waard. En het is zeker goed dat er niet alleen geld en beloftes uit Nederland komen, maar ook betrokken mensen. Daar is iedereen het over eens.
Zaterdag 5 februari.
Vandaag besluiten we wat van de omgeving te zien en daarnaast/daar tussendoor zijn er nog wat ThikaXperience activiteiten. Er zijn toch altijd weer mensen die hebben gehoord dat we er zijn en die ons ‘even’ de hand willen schudden. We zijn er wel achter dat tijdstippen af¬spreken en eventjes hier niet bestaat...
We gaan met Charles op weg naar Aberdare om daar de omgeving te bekijken en bezoeken de markt in Karatina.
Eigenlijk willen we nog naar Fourteen Falls, maar we zijn te laat klaar met lunchen en Charles vindt het te gevaarlijk om nog die kant op te gaan. We besluiten om bij Tom thuis langs te gaan en onze cadeautjes aan William, Vanessa en Winnie af te geven en een kopje thee te drinken.
Aan het eind van de middag ontvangen Willem en ik de fotograaf en de videoman. De foto’s geven een goede indruk van de ceremonie op vrijdagmiddag. Hoe de video-opnamen zijn geworden blijft spannend.
Vandaag is het 1e artikel gepubliceerd. Voor het project is dat geweldig.
Het thuisfront heeft al op internet een foto en een stukje tekst ontdekt:
Zondag 6 februari.
Op naar Fourteen Falls. We vertrekken om 10.00 uur zonder Willem. Hij bezoekt met Eddy (van de Rotary) en Tom een bloemenkwekerij welke gespecialiseerd is in rozen.
Deze watervallen bevinden zich een klein uurtje rijden van Thika. Erg de moeite waard, een prachtige omgeving.
Maandag 7 februari.
De start van een duidelijk ander deel van de reis: We verlaten het district Thika en gaan op weg naar Nakuru. Ook Tom en Muli (de zwager van Tom) gaan mee op dit deel van de reis.
Onderweg hebben we een mooi uitzicht op The Great Rift Valley.
Lake Naivaisha bezoeken we in combinatie met de lunch. Een toerist die op het park verblijft bezorgt ons enige animatie. Hij heeft een huisje gehuurd en er zijn marabou’s die zijn rust verstoren en meermaals probeert hij ze weg te jagen, maar ze komen net zo hard weer terug.
We lopen even naar het meer en vervolgen onze trip.
De wegen zijn in Kenia niet echt geweldig, sterker nog: hoe meer we richting Nakuru komen hoe slechter de weg, maar eindelijk is het dan zo ver: om 16.30 uur zijn we bij Lake Nakuru National Park en nadat we de entree hebben betaald gaat het van start: het dak is omhoog en we rijden zo’n twee uur door het park. Duizenden flamingo’s verblijven hier op het ondiepe sodameer, enorm indrukwekkend en een flink aantal neushoorns. De neushoorns zijn hier met succes een aantal jaar geleden uitgezet en voelen zich kennelijk thuis: ze zijn zich gaan voortplanten.
Voordat we gaan eten worden we getracteerd op traditionele dansen.
Dinsdag 8 februari.
We gaan op weg van Lake Nakuru naar Masai Mara.
Masai Mara ligt 200 km ten westen van Naïrobi en is wellicht het bekendste park van Kenia. Het is de uitloper in Kenia van de beroemde Serengeti in Tanzania. Vanuit Tanzania komen hier jaarlijks meer dan 1 miljoen gnoe's voorbij, op zoek naar graasgronden. De gnoe's komen echter niet alleen, ze worden vergezeld door grote kuddes zebra’s en gazellen.
De oppervlakte van het reservaat is ca 1.700 km². Iets meer dan 500 km² wordt alleen voor het wild gebruikt. Het overige gebied wordt ook door de Masai benut als weidegrond voor hun kuddes.
Ook nu weer een hele lange ‘bumpy’ weg, maar er is onderweg genoeg te zien. Als we om 14.30 uur in Mara Sarova Lodge arriveren kunnen we gelijk aan de lunch. Dit was niet echt nodig: we hadden van het hotel lunchboxen mee gekregen.
De quote van de dag: “You don’t have a key, you have a zipper” komt nadat we de sleutel van onze kamer vragen. Wat blijkt: we slapen in tenten. Geweldig!
Hoewel….. het is wel even wennen: een ruimte die niet op slot kan, veel vreemde geluiden…
Woensdag 9 februari.
Om 6.30 uur start te ochtendsafari. Het inmiddels bekende rekensommetje van Willem geeft aan dat het dus in Nederland 4.30 uur is.
De eerste ontmoeting met de bewoners van de Masai Mara is met een kudde olifanten.
Na een tripje van 2 uur is het tijd voor het ontbijt en om lekker rond te hangen rond de tent en bij het zwembad. Om 16.00 uur moeten we klaar staan voor de volgende safari en gaan we nog 2 uurtje op pad.
Donderdag 10 februari.
Lunch mee voor onderweg: we gaan er de hele dag op uit en zullen naar de rivier rijden.
Leeuwen (zowel mannetjes als vrouwtjes), diverse bokken, zebra’s, olifanten, cheetah’s, gnoe’s, chiraffen, hyena’s, secretaressevogels, kroonkraanvogels, marabou’s, nijlpaarden, krokodillen, je kan het zo gek niet verzinnen: het park is zeer rijk aan dieren.
Vrijdag 11 februari.
We verlaten de Masai Mara en gaan terug naar Thika. Stephen, de hotelmanagers zwaait ons uit. Het einde van de reis nadert.
Om half drie zijn we weer in de Blue Posts Hotel in Thika terug, waar we nog geen uur later Rachel en haar nicht ontvangen: zij willen ons graag rondleiden bij hun project en dus stappen we nog een keer in het busje van Charles.
Rachel’s Development Program. Rachel is betrokken bij een weeshuis en met HIV-besmette kinderen in de omgeving van Thika. Ze runt met een aantal vrijwilligers vier dependances en is een NGO (Non Government Organisation) en werkt bovendien samen met het Rode Kruis. We bezoeken één van de dependances. Allereerst toont ze haar nieuw aangekochte stuk grond (een plot noemen ze dat in Kenia): 8 acers waar de bouwplannen al voor klaar zijn: het is de bedoeling dat hier een huis en school komen te staan waar de kinderen leren grond te be¬bouwen en andere vaardigheden gedoceerd krijgen. Iets dat ons enorm aanspreekt.
Even verderop ligt het schooltje en de slaapruimte van de wezen die nu zijn opgenomen in het huis. Om de hoek is een uitgiftepunt voor medicijnen. Hier komen mensen/kinderen uit de omgeving om hun medicijnen te halen. Zieken die het zich kunnen veroorloven betalen 100 Kes (1 euro) en dit geld wordt apart gelegd voor zieken die het zich niet kunnen veroorloven. Bovendien ontvangt het project regelmatig medicijnen van een ziekenhuis in de buurt. Deze medicijnen zijn dan bijna over de houdbaarheidsdatum en omdat ze hier een hoge omloop¬snelheid hebben kunnen ze toch nog worden gebruikt.
Bij het vertrek van het project doen we een donatie en nemen documentatie van Rachel in ontvangst.
Nogmaals: het project spreekt ons aan, maar we zullen het terug in Nederland, verder bekijken.
Zaterdag 12 februari.
Tijd voor de terugreis naar Nederland.
Om 8.15 uur worden we opgepikt door Tom en Muli. Zij brengen ons naar de luchthaven.
Het zit ons, zacht uitgedrukt, niet mee: onze vlucht, die om 11.00 uur vertrekt is overboekt. Er is geen plaats voor ons.
Door veel te blijven zeuren mogen we toch via Londen, een vlucht die om 11.25 uur zou moeten vertrekken. De medewerker van Kenya Airlines staat daar niet achter: we zullen op Londen stranden. Wij nemen het risico.
De vlucht wordt opnieuw geopend en wij vijven mogen alsnog inchecken en mee. We worden snel ingecheckt en vliegen door de paspoortcontrole en de luchthaven. De vlucht vertrekt een kwartiertje te laat…..
Vlak voor we opstijgen heeft Willem contact met Anneke: we zullen om 17.30 uur plaatse¬lijke tijd in Londen landen en Anneke gaat voor ons aan het werk om te kijken hoe we vanuit Londen naar Amsterdam kunnen komen.
Er is niets mis met Kenya Airlines: ruime stoelen, een eigen tv in de stoel voor je waarop je zo’n 10-tal films zelf kunt selecteren. Alleen het eten is niet echt voldoende voor een hongerige, gezonde Nederlander.
Als we landen in Londen is er een sms-je van Anneke binnen: er zijn 5 tickets beschikbaar en een telefoonnummer er bij dat we kunnen bellen om e.e.a. te bevestigen.
Op naar de bagageband. Zou de bagage net zo snel door het vliegveld zijn gegaan als wij? Alle koffers zijn mee naar Londen en al wachtend bij de bagageband belt Willem om onze tickets te bevestigen.
Even langs de desk van Kenya Airlines. Hoe gaan we e.e.a. verhalen? We krijgen contact¬gegevens door en zullen kopieën van de tickets en ons verhaal moeten opsturen.
De vlucht vertrekt niet om 20.25 uur, maar pas om 22.00 uur. Er moeten dus ook nog even ophalers worden geregeld: we komen te laat aan voor de laatste trein.
Als we om 1.00 uur (het is inmiddels zondag en Keniaanse tijd is 3.00 uur….) landen staan de ophalers al op ons te wachten.
Nog even terug naar Amersfoort en Leusden en dan komt te tijd om terug te denken aan een geweldige ervaring!
Annemieke
-*-
|